Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Alinea 291 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.

6.5.3.1. Het gaat de verdediging - voor wat de onderzoekshandelingen op Belgisch grondgebied betreft - kennelijk om de telefoongesprekken die daar door [betrokkene 1] met [verdachte] zijn gevoerd en geregistreerd. Het hof leidt uit de inhoud van de geregistreerde en uitgewerkte telefoongesprekken af dat de gesprekken op 13 juli en 17 en 24 augustus 1995 in tegenwoordigheid van de Rijksrecherche zijn gevoerd en geregistreerd. Ten aanzien van een vierde telefoongesprek (via GSM vanuit de auto van [betrokkene 1]) op 20 juli 1995 ontbreekt elke aanwijzing dat de Rijksrecherche daarbij aanwezig is geweest. Het hof gaat ervan uit dat de registratie in alle gevallen heeft plaatsgevonden met behulp van door de Rijksrecherche ter beschikking gestelde bandopnameapparatuur. Hieruit blijkt dat de bedoelde telefoongesprekken zijn opgenomen in het kader van het feitenonderzoek door het Fort-team.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 185108 tot 186017.