Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Alinea 298 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.
Het hof leidt uit deze brief van de Belgische Minister van Justitie af dat de justitiële autoriteiten in dat land al (ruimschoots) vòòr 28 september 1995 kennis droegen van het feitenonderzoek van de Rijksrecherche en de onderzoekshandelingen die deze op Belgisch grondgebied wenste te verrichten; niet valt echter vast te stellen of het contact van mr. Cremers met de Belgische nationale magistraat plaatsvond voordat de omstreden telefoongesprekken werden geregistreerd, noch of daarbij toestemming is verleend. Wél is voor het hof duidelijk dat de Belgische justitiële autoriteiten - geheel in de lijn van de geldende rechtshulpverdragen zoals het Beneluxverdrag van 27 juni 1962(83) - medewerking óók aan het feitenonderzoek wensen te verlenen, zij het dat de mogelijkheid van toepassing van dwangmiddelen in het kader van te verlenen internationale rechtshulp in strafzaken lijkt te ontbreken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 187711 tot 188630.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04 | shasum -a 256