Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Alinea 302 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.

Met betrekking tot de instemming daartoe van de autoriteiten aldaar blijkt uit de processen-verbaal van de Rijksrecherche en de in het gerechtelijk vooronderzoek dienaangaande afgelegde verklaringen(86) het navolgende. De advocaat-generaal mr. Cremers en de rijksrechercheur Deinum hebben zich voorafgaand aan het bezoek tot de ambassadeur van Ecuador in 's-Gravenhage gewend en het doel en karakter van het beoogde onderzoek aldaar uiteengezet. Ter plaatse hebben Koene en Deinum zich bij de politie in Quito en Guayaquil gemeld; bij hun onderzoek bij een tweetal overheidsdiensten zijn zij bovendien begeleid/geholpen door de luitenant Ortega van de Policia Nacional(87). Het hof leidt uit een en ander af dat, zo door de ambassadeur van Ecuador niet al tevoren expliciete toestemming mocht zijn gegeven, die toestemming uit het medeweten van en de ondersteuning door de Policia Nacional ter plaatse kan worden afgeleid. Op generlei wijze - ook niet uit de stukken met betrekking tot de rogatoire commissie die in 1996/1997 plaatsvond - is aannemelijk geworden dat die toestemming zich niet heeft uitgestrekt tot een of meer van de ondernomen onderzoekshandelingen. Het hof is daarbij van oordeel dat het niet aan de Nederlandse rechter is om te onderzoeken of een en ander overeenkomstig het recht van Ecuador heeft plaatsgevonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 190002 tot 191349.