Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Alinea 303 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.
6.5.4.2. Evenmin is er naar 's hofs oordeel enige reden om te veronderstellen dat de in Ecuador ondernomen handelingen van onderzoek niet hebben plaatsgevonden met de vrijwillige medewerking van de betrokkenen. Voor wat betreft de administratieve bescheiden die door de rijksrechercheurs zijn meegenomen en de kopieën van (onder meer) computerbestanden die zijn gemaakt, blijkt uit de verklaring van Koene d.d. 7 augustus 1997 bij de rechter-commissaris dat door [betrokkene 1] voorafgaande aan de reis naar Ecuador was gezegd "dat we alles wat we nodig hadden mochten meenemen". Uit het proces-verbaal (blz. 347) blijkt bovendien dat op 20 november 1995 telefonisch contact is opgenomen met [betrokkene 4] (kennelijk de echtgenote [betrokkene 2] van [betrokkene 1]) die toen aan de boekhoudster van de fabriek [D], [betrokkene 5], heeft bevestigd "dat (de) verbalisanten alles uit de administratie mochten meenemen wat (zij) voor (hun) onderzoek nodig hadden".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 191406 tot 192381.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04 | shasum -a 256