Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.

Het hof wijst in dit verband op de op 24 juli 1997 ten overstaan van de rechter-commissaris afgelegde verklaring van rijksrechercheur Koene, die in juli 1995 tot het Fort-team is toegetreden (punt 2), inhoudende: "Ik heb tevoren aan iedereen gezegd waar we mee bezig waren, te weten een oriënterend feitenonderzoek. Ik heb ook gezegd overeenkomstig de in het team afgesproken lijn dat als we een afgenomen verhoor in enig strafrechtelijk onderzoek zouden willen gebruiken, we zouden terugkomen om te vragen of de getuige daar toestemming voor gaf." Het hof refereert voorts aan de mededelingen van het openbaar ministerie in eerste aanleg (zie het schriftelijk requisitoir van de officier van justitie mr. Slits, blz. 7) en in hoger beroep (zie het proces-verbaal van de terechtzitting van het hof van 3 december 2001, blz. 3), waarin die toezegging is bevestigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 15737 tot 16615.