Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Alinea 312 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.

Het hof heeft allereerst geoordeeld dat geen enkele rechtsregel is geschonden door de door [betrokkene 1] tegenover het Fort-team en de PEC afgelegde verklaringen bij het strafrechtelijk onderzoek te betrekken en de strafvervolging tegen [verdachte] daarop mede te baseren. Het hof heeft daarna vastgesteld dat het feitenonderzoek van de Rijksrecherche niet als een 'verkapt opsporingsonderzoek', waardoor [verdachte] bepaalde waarborgen heeft moeten ontberen, mag worden aangemerkt. Het hof heeft vervolgens geoordeeld dat van enige dubieuze of onregelmatige onderzoeksmethode (opnamen van gesprekken en telefoongesprekken door [betrokkene 1], observaties, inbeslagneming van administratieve bescheiden in Ecuador en België alsmede de 'computerinkijkoperatie' in Ecuador), een enkele smetje daargelaten, geen sprake is geweest. Het hof heeft tenslotte geoordeeld dat [verdachte] niet op een rechtens ontoelaatbare wijze is gedwongen om een verklaring in strijd met de waarheid af te leggen. De situatie waarin [verdachte] terecht was gekomen moet weliswaar worden bezien in het licht van de toentertijd bij de RCID Kennemerland voorkomende 'creatieve' wijze van opsporing doch was niet van dien aard dat daaruit een zodanige dwang resulteerde dat een verklaring moest worden afgelegd, die [verdachte] niet (verder) zou belasten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 195866 tot 197210.