Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.

De Rijksrecherche heeft derhalve geen toezegging geschonden door de PEC te informeren over de door [betrokkene 1] in het feitenonderzoek afgelegde verklaringen en de PEC inzage te verschaffen in die verklaringen. De Rijksrecherche was daartoe zelfs verplicht, gelet op de informatieplicht vervat in artikel 3 WPE en de op grond van die wetsbepaling door de toenmalige Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken in februari 1995 met de PEC gemaakte afspraken, onder meer inhoudende dat de commissie, in de persoon van haar voorzitter of bij ontstentenis de vice-voorzitter, alle gegevens die ter kennis komen van de commissie of haar medewerkers kan verifiëren door kennisname van niet-geanonimiseerde en niet-gecodeerde gegevens(3).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 16623 tot 17375.