Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Alinea 324 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.

10.5 In aanmerking genomen dat in feitelijke aanleg niet is aangevoerd dat verdachte ten aanzien van door de politie in het kader van het feitenonderzoek uit Ecuador meegenomen stukken als belanghebbende in de zin van artikel 552a Sv diende te worden aangemerkt, en zulks evenmin uit feiten of omstandigheden behoefde te worden afgeleid, is het oordeel van het Hof dat verdachte niet als belanghebbende kon worden aangemerkt niet onbegrijpelijk. Maar ook als verdachte geld zou hebben verstrekt voor het opzetten van een fabriek in Ecuador wil dat nog niet zeggen dat hij kan pretenderen belanghebbende in de zin van art. 552a jo. 116 Sv te zijn.(92) Verdachte stond wellicht op gelijke voet met een participatiemaatschappij of aandeelhouder, maar dat is voor de status van belanghebbende onvoldoende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 202449 tot 203263.