Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Alinea 326 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.
10.7 Voor wat betreft het onderzoek door de Rijksrecherche in België moet benadrukt worden dat dit heeft plaatsgevonden in het kader van het feitenonderzoek. Er was dus nog geen sprake van een opsporingsonderzoek en daarom evenmin van uitoefening van strafvorderlijke bevoegdheden. Het Hof heeft mijns inziens tot uitdrukking gebracht dat de Belgische autoriteiten toestemming hebben gegeven voor het onderzoek maar - gelet op het karakter - slechts voor zover vrijwillig zou worden meegewerkt en voor zover er geen sprake zou zijn van inbreuken op grondrechten van mensen op Belgisch grondgebied of de soevereiniteit van België. Het Hof is mijns inziens op grond van de beschikbare stukken, meer bepaald op grond van de inhoud van de brief van de Minister van justitie van België van 28 september 1995, tot dat oordeel kunnen komen. Dat die stukken verre van compleet waren doet daarom aan het oordeel van het Hof niet af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 204953 tot 205893.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04 | shasum -a 256