Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Alinea 327 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.
De steller van het middel geeft niet aan welk belang gemoeid is met de onder 8 van de schriftuur (p. 96) geuite klacht. Uit hetgeen het hof aan het einde van overweging 6.5.2 heeft overwogen leid ik af dat de steller van het middel wel zal hebben gedoeld op het registreren van telefoongesprekken die verdachte en [betrokkene 1], in België verblijf houdend, hebben gevoerd. Het hof is er van uitgegaan dat [betrokkene 1] een paar telefoongesprekken met verdachte heeft gevoerd in aanwezigheid van leden van de Rijksrecherche, die kennelijk die gesprekken ook hebben opgenomen. Er heeft dus geen interceptie van telefoongesprekken plaatsgevonden buiten de deelnemers om, maar een meeluisteren en/of opnemen op verzoek van [betrokkene 1], zoals het hof eerder heeft vastgesteld. Geen van de transscripties van die gesprekken is voor het bewijs gebezigd. Vanwege het ontbreken van enig aangevoerd belang bij dit onderdeel heeft dit onderdeel reeds geen kans van slagen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 205901 tot 206881.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04 | shasum -a 256