Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Alinea 342 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.

11.3 Ten aanzien van de bewijsmiddelen 9.16 en 9.18 onder c voert de steller van het middel aan dat die niet redengevend kunnen worden geacht, omdat daarin als verklaring van [betrokkene 1] staat dat verdachte hem (onder dreiging) zou hebben gemaand maar niets te zeggen, terwijl artikel 285a Sr nu juist het oog heeft op een persoon die wel een verklaring af wil leggen. Ik merk op dat de betreffende verklaringen redengevend zijn voor het bewijs, reeds omdat de inhoud van die verklaringen ook in de tenlastelegging is opgenomen. Een wat andere in het middel besloten vraag betreft die of de betreffende uitlatingen ook binnen de strafbaarstelling van artikel 285a vallen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 210053 tot 210740.