Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Alinea 345 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.

De aantasting van die verklaringsvrijheid is strafbaar gesteld. Dat is nu precies wat er in de onderhavige zaak gebeurd is. Verdachte wist of had reden te vermoeden dat [betrokkene 1] voor een rechter of ambtenaar een bepaalde hem niet zinnende verklaring af zou gaan leggen. Van de mogelijke inhoud van die nog af te leggen verklaring van [betrokkene 1], was verdachte onder meer op grond van het Fort-onderzoek op de hoogte. Verdachte had, gelet op de naar mag worden aangenomen hem bekende aangifte van meineed door de PEC en de cruciale rol van [betrokkene 1], ook reden om aan te nemen dat de [betrokkene 1] nog als getuige zou worden gehoord. Dat hij daarvan uitging blijkt ook wel uit de jegens [betrokkene 1] gebezigde bewoordingen. Verdachte heeft door allerlei uitlatingen geprobeerd [betrokkene 1] zodanig te beïnvloeden dat deze in ieder geval niet voor hem, verdachte, onwenselijk zou verklaren. Daaronder valt uiteraard ook de 'opdracht' om niets te zeggen. Daarmee heeft verdachte de vrijheid van [betrokkene 1] om naar waarheid of geweten een verklaring af te leggen trachten te beïnvloeden en is voldaan aan de in artikel 285a Sr gesteld eisen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 211519 tot 212695.