Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Alinea 352 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.

12.3 De laatste zin van deze overweging zou volgens de steller van het middel blijk geven van een onjuiste rechtsopvatting, omdat daarin - zo begrijp ik het middel - de mogelijkheid wordt opengelaten dat de beïnvloeding van de "mensen achter [verdachte]" afkomstig was, [verdachte] hooguit de intermediair was en zelf niet het opzet op beïnvloeden had. Dat verdachte zelf het doel had de getuige [betrokkene 1] te beïnvloeden volgt rechtstreeks uit de gebezigde bewijsmiddelen 9.16, 9.18b en 9.19. Daaruit blijkt immers dat verdachte er belang bij had dat de getuige anders of niet zou (gaan) verklaren. Bij een onveranderde verklaring van [betrokkene 1] vreesde verdachte namelijk voor een gevangenisstraf. Voorts blijkt uit de bewijsmiddelen dat in meer algemene zin verdachte er belang bij had dat de waarheid niet boven tafel zou komen. Dat verdachte de getuige [betrokkene 1] wellicht niet bedreigde met iets wat verdachte zelf, maar met iets wat de mensen 'achter hem' zouden kunnen doen is dan niet van belang. Dit laatste is kennelijk hetgeen het Hof met het kwestieuze gedeelte van de overweging tot uitdrukking heeft willen brengen. Het gaat erom dat verdachte met het doel [betrokkene 1] te beïnvloeden zich op een bepaalde manier jegens hem heeft uitgelaten. De bewezenverklaring is toereikend gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 215035 tot 216370.