Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Alinea 358 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.
13.3 De steller van het middel voert aan dat de getuige [betrokkene 1] ter zitting van het Hof op 18 mei 2001 kortgezegd heeft verklaard dat verdachte nooit tegen hem had gezegd dat 'de criminaliteit' achter hem aan zou komen en dat het niet verdachte was die hem, [betrokkene 1], de nek wilde omdraaien. Gelet op de daar lijnrecht tegenoverstaande inhoud van bewijsmiddel 9.16, zou 's Hofs overweging dat de getuige in essentie consistent heeft verklaard, onbegrijpelijk zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 217949 tot 218440.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04 | shasum -a 256