Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Alinea 359 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.

13.4 Kennelijk ter (nadere) onderbouwing van zijn oordeel dat de voor het bewijs gebezigde verklaringen van de getuige [betrokkene 1] betrouwbaar zijn heeft het Hof de hiervoor weergegeven bewijsoverweging opgenomen. Uit het verband blijkt dat de overweging vooral betrekking heeft op de voor het bewijs van de meineed gebezigde verklaringen van [betrokkene 1]. Omtrent de bemoeienis van verdachte in het kader van het zogenaamde Saptraject heeft [betrokkene 1] in essentie altijd consistent verklaard. Het Hof is mede op grond van die verklaringen tot de overtuiging gekomen dat de in de bewezenverklaring opgenomen verklaringen van verdachte op onwaarheid berusten en hij dus meineed heeft gepleegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 218479 tot 219193.