Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.
6.1.6.2. Blijkens de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel 13 837(4), dat leidde tot de Wet van 7 september 1977, Stb. 549, tot wijziging van de WPE, dienen de verhoren van getuigen in het openbaar plaats te vinden, zij het dat om gewichtige redenen besloten moet kunnen worden van dat uitgangspunt af te wijken. Deze wijzigingswet leidde tot invoering van artikel 18a WPE. Indien de commissie tot een besloten zitting besluit, dient de getuige op geheimhouding te kunnen rekenen. Daartoe dient onder meer het derde lid van artikel 18a WPE, krachtens hetwelk de leden van een parlementaire enquĂȘtecommissie geheimhouding dienen te bewaren omtrent hetgeen hun tijdens een besloten verhoor ter kennis komt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 17986 tot 18711.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04 | shasum -a 256