Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.

6.1.6.11. Niet is gebleken dat [betrokkene 1] voor, tijdens dan wel na het besloten gesprek op 30 oktober 1995 toestemming heeft gegeven om diens persoonsgegevens in combinatie met de door hem verstrekte informatie op te nemen in de aangifte van de PEC(13). Beantwoording behoeft mitsdien de vraag of die toestemming ook nodig was, nu het ook voor de PEC toch wel duidelijk moet zijn geweest dat [betrokkene 1] in verband met de bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer en de veiligheid van hemzelf en zijn gezin een rechtens te respecteren belang had om die combinatie van gegevens geheim te houden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 35112 tot 35731.