Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Alinea 84 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5456.

6.1.8. Wil een verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in zijn vervolging slagen, dan moet nog een andere voorwaarde worden vervuld: door het gestelde onrechtmatige optreden moet aan het recht van de verdachte op een eerlijke behandeling van zijn zaak zijn tekort gedaan. Ook aan die voorwaarde is in de onderhavige zaak niet voldaan. Door de wijze van totstandkoming van de aangifte zijn [verdachte] en [medeverdachte] niet in enig belang geschaad. Zij hebben ten volle, in het bijzonder ter terechtzitting van het hof, [betrokkene 1] als getuige kunnen ondervragen en de betrouwbaarheid van de door hem afgelegde verklaringen onder de directe observatie van het hof kunnen testen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 574fd5ef874958b651ead2389309322111a909441ee6a3fe2a98900ef2738b04, en de alinea staat in dat document op bytes 46380 tot 47109.