Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5529.

4.4. Onderdeel 3 richt zich tegen rov. 6 in zijn geheel en is voorgesteld voor zover het hof hierin heeft bedoeld te beslissen dat de onderhavige zaak zich niet leent voor behandeling en beslissing in kortgeding als bedoeld in art. 291 (oud) en/of art. 705 lid 3 in verbinding met art. 438 lid 3 Rv. Een zodanig oordeel is volgens het onderdeel onjuist, althans onvoldoende gemotiveerd. Het onderdeel betoogt dat waar de cruciale geschilpunten tussen partijen, te weten (i) de vraag welke uitleg moet worden gegeven aan de clausules, en (ii) de vraag of sprake is geweest van roekeloos of grof nalatig handelen, deels juridisch (en deels feitelijk) van aard zijn, en waar partijen uitvoerig hebben gedebatteerd over beide geschilpunten, de zaak zich wél leent voor afdoening in kortgeding. In ieder geval de vraag naar de juiste uitleg van de clausules uit de fixing note en het cognossement kan volgens het onderdeel zonder nader feitelijk onderzoek in kortgeding worden beantwoord.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6a130abd60fe6eee715cfbeff4805fc77a61cb5e02108e26418b54b90dd229be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6a130abd60fe6eee715cfbeff4805fc77a61cb5e02108e26418b54b90dd229be, en de alinea staat in dat document op bytes 15496 tot 16493.