Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003
Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5529.
4.9. Bij zijn oordeel omtrent de vraag of de zaak (feitelijk) te ingewikkeld is om in kortgeding te worden toegelicht heeft de rechter de nodige vrijheid. In een arrest van 2 december 1983, NJ 1984, 369 (Legerstee/Woningstichting Capelle aan den IJssel) overwoog de Hoge Raad dat de beslissing dat een gevraagde voorziening niet voor toewijzing vatbaar was, omdat de noodzaak van de voorziening niet kon worden beoordeeld zonder nadere bewijsvoering in de vorm van deskundigenberichten, en dat het kortgeding zich - gezien de door het hof in aanmerking genomen en tegen elkaar afgewogen feiten en omstandigheden - voor die bewijsvoering niet leende, was voorbehouden aan de rechter die in kortgeding over de feiten oordeelt. Het oordeel dat een zaak feitelijk te ingewikkeld is om in kortgeding te worden toegelicht is dus een feitelijk oordeel. Dit beperkt de toetsing in cassatie tot motivering en begrijpelijkheid van dit oordeel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6a130abd60fe6eee715cfbeff4805fc77a61cb5e02108e26418b54b90dd229be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6a130abd60fe6eee715cfbeff4805fc77a61cb5e02108e26418b54b90dd229be, en de alinea staat in dat document op bytes 19893 tot 20840.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6a130abd60fe6eee715cfbeff4805fc77a61cb5e02108e26418b54b90dd229be | shasum -a 256