Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003
Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5529.
4.11. Hoe ver de motiveringsplicht gaat, hangt af van de omstandigheden van het geval, zo heeft de Hoge Raad overwogen in eerdergenoemd arrest Vredo/Veenhuis. In dat arrest oordeelde de Hoge Raad dat het hof, optredend als kortgedingrechter, niet aan zijn motiveringsplicht had voldaan, omdat 's hofs motivering, ook gelezen in het licht van de gedingstukken, de aanlegger geheel in het ongewisse liet omtrent de vraag waarom het hof zich niet in staat had geacht ter zake met voldoende zekerheid een oordeel te vormen. De Hoge Raad wees er in dit verband op, dat het belang van de aanlegger bij de gevraagde voorziening bijzonder klemmend was nu het hier ging om een octrooirecht, welk recht slechts van beperkte duur is en doorgaans slechts snel kan worden beschermd door een snel gegeven verbod van verdere inbreuken. Voorts achtte de Hoge Raad van belang dat het antwoord op de voorliggende vragen niet enkel werd bepaald door waarderingen van feitelijke aard, maar evenzeer afhing van oordelen die in beginsel openstaan voor toetsing in cassatie. Tot slot leek de Hoge Raad waarde te hechten aan het feit dat het hof een in octrooizaken gespecialiseerde appelrechter was.(9)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6a130abd60fe6eee715cfbeff4805fc77a61cb5e02108e26418b54b90dd229be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6a130abd60fe6eee715cfbeff4805fc77a61cb5e02108e26418b54b90dd229be, en de alinea staat in dat document op bytes 22017 tot 23209.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6a130abd60fe6eee715cfbeff4805fc77a61cb5e02108e26418b54b90dd229be | shasum -a 256