Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5529.

4.19. Mijns inziens is het oordeel van het hof noch met betrekking tot vraag (i), noch met betrekking tot vraag (ii) onvoldoende gemotiveerd of onbegrijpelijk. Het hof heeft [eiseres], zoals ik hieronder hoop aan te tonen, niet in het ongewisse gelaten omtrent de vraag waarom hij zich niet in staat heeft geacht in kortgeding een oordeel te vormen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6a130abd60fe6eee715cfbeff4805fc77a61cb5e02108e26418b54b90dd229be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6a130abd60fe6eee715cfbeff4805fc77a61cb5e02108e26418b54b90dd229be, en de alinea staat in dat document op bytes 33499 tot 33862.