Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5536.

1.2. Op 31 juli 1997 heeft [verweerder] Peku en [eiser] gedagvaard voor de rechtbank te Groningen en betaling gevorderd van het restantbedrag, f 160.000,-, vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten, in totaal een bedrag van f 180.620,14. De vordering tegen Peku was gegrond op de hierboven genoemde overeenkomst. De vordering tegen [eiser] was - in de samenvatting van de rechtbank - gegrond op een onrechtmatige daad, bestaande in het door Peku laten aangaan van verplichtingen waarvan [eiser] wist dat Peku die niet zou kunnen nakomen. Hiermee werd gedoeld op de toestemming die op basis van het voorstel 24 januari 1997 door [verweerder] was gegeven om alsnog te trachten het melkquotum te verkopen (zie rov. 2.6 Rb).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/486b9843bc5fbb43fb50c33537dd785396f55d966f737e46b9abf2c1d96fa0b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 486b9843bc5fbb43fb50c33537dd785396f55d966f737e46b9abf2c1d96fa0b5, en de alinea staat in dat document op bytes 7874 tot 8616.