Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5536.

2.2. In verband met het debat in cassatie breng ik in herinnering het onderscheid dat de Hoge Raad heeft gemaakt in HR 18 februari 2000, NJ 2000, 295 m.nt. Ma (rov. 3.4.1), tussen enerzijds de gevallen waarin aan een bestuurder van een vennootschap wordt verweten verplichtingen te zijn aangegaan terwijl hij wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden voor de als gevolg van die niet-nakoming door de wederpartij te lijden schade, en anderzijds de gevallen waarin aan een bestuurder wordt verweten te hebben bewerkstelligd of toegelaten dat de door hem bestuurde vennootschap een eerder door haar aangegane overeenkomst niet nakomt en daardoor aan de wederpartij schade berokkent. Ten aanzien van de laatste categorie gevallen is de maatstaf:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/486b9843bc5fbb43fb50c33537dd785396f55d966f737e46b9abf2c1d96fa0b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 486b9843bc5fbb43fb50c33537dd785396f55d966f737e46b9abf2c1d96fa0b5, en de alinea staat in dat document op bytes 12830 tot 13682.