Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Alinea 103 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5538.

10 Vgl. over (de status van) het contra-proferentem-gezichtspunt HR 24 september 1993, NJ 1993, 760 (Brackel/Unat; rov. 3.8), HR 9 september 1994, NJ 1995, 285 (Trouwborst/Assuradeuren; rov. 3.3) en bij laatstgenoemd arrest de conclusie van A-G Strikwerda, nrs. 9-11 en de noot van MMM. Vgl. voorts (iets meer) in het algemeen over de status van een gezichtspunt in relatie tot het Haviltex-criterium (maar toch sterk toegespitst op de contra-proferentem-kwestie) bijv. Tjittes, Brunner-bundel, 1994, p. 407 e.v. (410-411), Hijma, in Hartlief & Stolker (red.), Contractsvrijheid (Meijers-reeks, 1999), p. 461 e.v., en Tanja-Van den Broek in WPNR 6493 (2002), p. 430 e.v. Vgl. voorts Asser-Hartkamp 4-II (2001), nr. 287, sprekend over 'principes'.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a37461bc2986bccae6809af596cd92880e09f46854ff292295aaf9eaac290653. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a37461bc2986bccae6809af596cd92880e09f46854ff292295aaf9eaac290653, en de alinea staat in dat document op bytes 28989 tot 29753.