Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003
Alinea 78 Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5538.
Daarmee behoefde het hof niet nog nader te motiveren dat 'de in art. 6:225 BW bedoelde situatie' niet aan de orde is. Ik wil het, m.i. ten overvloede, nog wel aldus toelichten. Ook indien veronderstellenderwijs ervan wordt uitgegaan dat art. 7 van de technische omschrijving zijdens [A] een 'algemene voorwaarde' zou zijn(7), was er blijkens rov. 3, bij de sluiting/ondertekening op 30 juni 1995 van het contract met uitdrukkelijke vermelding van alle actuele stukken, in de kennelijke en begrijpelijke (en ook niet van een onjuiste rechtsopvatting getuigende) visie van het hof een situatie ontstaan waarin partijen hebben gederogeerd aan de niet dwingendrechtelijke, maar aanvullendrechtelijke(8) ('voorrangs')regeling van art. 6:225 (lid 3) BW .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a37461bc2986bccae6809af596cd92880e09f46854ff292295aaf9eaac290653. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a37461bc2986bccae6809af596cd92880e09f46854ff292295aaf9eaac290653, en de alinea staat in dat document op bytes 21773 tot 22535.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a37461bc2986bccae6809af596cd92880e09f46854ff292295aaf9eaac290653 | shasum -a 256