Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5555.

1.1.9. Vervolgens heeft (een andere kamer van) de rechtbank betrokkene, de raadsvrouw, de psycholoog Hahn en een zoon van betrokkene gehoord. De officier van justitie heeft ter terechtzitting - op het eerste gezicht merkwaardig, maar in het licht van het voorgaande wel te begrijpen - voorgesteld de verzochte voorlopige machtiging af te wijzen. Namens betrokkene is de toewijzing van een voorlopige machtiging bepleit, met dien verstande dat de te verlenen machtiging slechts als een vangnet behoort te dienen(5).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6bf74b7da729247977c1e5a68d0c95b77affeb513c2e589815c2af3dac0abb6e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6bf74b7da729247977c1e5a68d0c95b77affeb513c2e589815c2af3dac0abb6e, en de alinea staat in dat document op bytes 10494 tot 11021.