Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5555.
2.1. Allereerst behoeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep bespreking. De Hoge Raad heeft beslist dat het rechtsmiddel van hoger beroep niet is gegeven om aan een partij, wier verzoek door de eerste rechter is toegewezen, gelegenheid te geven die beschikking ongedaan te maken omdat zij bij nader inzien er de voorkeur aan geeft van het verzoek af te zien(8). In dit geval gaat het echter niet om een procespartij die terugkomt op een eerder ingenomen standpunt: zonder onderzoek van feitelijke aard kan worden vastgesteld dat de officier van justitie het inleidend verzoekschrift nolens volens heeft ingediend, uitsluitend omdat de rechtbank (strafkamer) daarop aandrong. Bij de behandeling in eerste aanleg heeft de officier van justitie het standpunt ingenomen dat het verzoek tot het verlenen van een voorlopige machtiging niet behoort te worden toegewezen. Onder deze omstandigheden heeft de officier van justitie voldoende belang bij het cassatieberoep.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6bf74b7da729247977c1e5a68d0c95b77affeb513c2e589815c2af3dac0abb6e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6bf74b7da729247977c1e5a68d0c95b77affeb513c2e589815c2af3dac0abb6e, en de alinea staat in dat document op bytes 12431 tot 13412.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6bf74b7da729247977c1e5a68d0c95b77affeb513c2e589815c2af3dac0abb6e | shasum -a 256