Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5555.

3.1. Onderdeel 1 van het middel klaagt, kort gezegd, dat de rechtbank miskent dat een lopende t.b.s., althans een lopende t.b.s. met voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege waarvan verlenging nog mogelijk is, als zodanig in de weg staat aan het verlenen van een voorlopige machtiging op grond van de Wet Bopz. Subsidiair wordt geklaagd dat onbegrijpelijk is op welke grond de rechtbank van oordeel is dat het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten het psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend. De achterliggende gedachte van deze klacht is kennelijk dat het gevaar kan worden afgewend door verlenging van de t.b.s.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6bf74b7da729247977c1e5a68d0c95b77affeb513c2e589815c2af3dac0abb6e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6bf74b7da729247977c1e5a68d0c95b77affeb513c2e589815c2af3dac0abb6e, en de alinea staat in dat document op bytes 13501 tot 14184.