Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5555.

3.6. Onder vigeur van de vroegere Krankzinnigenwet is beslist dat naast een last van de strafrechter tot plaatsing van de betrokkene in een krankzinnigeninrichting met t.b.r. (een combinatie die toen nog mogelijk was), geen ruimte meer bestaat voor een verlenging van de machtiging (destijds: art. 24 lid 2 Kzw) omdat de beslissing omtrent de verpleging naar toen geldend recht was opgedragen aan de minister van Justitie(13). Deze beschikking kan vanwege de wetswijzigingen die nadien hebben plaatsgevonden nu niet worden herhaald. Wel leert zij dat gewaakt moet worden tegen doorkruising. In HR 25 november 1988, NJ 1989, 261, had de strafrechter op grond van art. 37 (oud) Sr last tot plaatsing in een krankzinnigengesticht gegeven waarna een (civielrechtelijke) rechterlijke machtiging ex art. 22-23 Kzw. werd verleend. De Hoge Raad overwoog dat zonder nadere uitleg niet valt in te zien waarom een machtiging op grond van de Krankzinnigenwet nodig is naast de door de strafrechter gegeven last.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6bf74b7da729247977c1e5a68d0c95b77affeb513c2e589815c2af3dac0abb6e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6bf74b7da729247977c1e5a68d0c95b77affeb513c2e589815c2af3dac0abb6e, en de alinea staat in dat document op bytes 21990 tot 23003.