Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5555.

3.8. Uit het voorgaande kunnen enige gevolgtrekkingen worden gemaakt. De omgekeerde situatie - kort gezegd: Kan de strafrechter een terbeschikkingstelling uitspreken wanneer ten aanzien van de betrokkene een rechterlijke machtiging op grond van de Wet Bopz loopt? - lijkt nauwelijks problemen op te leveren. Wanneer een patiënt die krachtens de Wet Bopz gedwongen in een psychiatrisch ziekenhuis is opgenomen in of buiten het ziekenhuis een misdrijf begaat dat het opleggen van een t.b.s. rechtvaardigt, valt niet in te zien waarom de lopende Bopz-machtiging in de weg zou staan aan het opleggen van een t.b.s. Door het toepassen van voorlopige hechtenis, respectievelijk door het tenuitvoerleggen van gevangenisstraf of t.b.s., eindigt feitelijk het verblijf in het psychiatrisch ziekenhuis. Met overeenkomstige toepassing van art. 38l lid 3 Sr kan worden verdedigd dat de Bopz-machtiging van rechtswege vervalt. Wanneer daarentegen wordt aangenomen dat de Bopz-machtiging blijft bestaan, kan zij niet langer ten uitvoer worden gelegd. Zo nodig kan de geneesheer-directeur ontslag verlenen (art. 48 lid 1 onder a Wet Bopz). Of oplegging van een t.b.s. zinvol is ten aanzien van een verdachte die reeds gedwongen wordt verpleegd in een psychiatrisch ziekenhuis, staat uitsluitend ter beoordeling van de strafrechter(14).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6bf74b7da729247977c1e5a68d0c95b77affeb513c2e589815c2af3dac0abb6e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6bf74b7da729247977c1e5a68d0c95b77affeb513c2e589815c2af3dac0abb6e, en de alinea staat in dat document op bytes 24188 tot 25523.