Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003
Alinea 50 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5555.
3.9. Heeft de strafrechter een t.b.s. met verpleging opgelegd, dan is een cumulatie van de t.b.s. met een latere Bopz-machtiging in theorie wel mogelijk - art. 22 lid 2 RV Tbs vormt daarvan het bewijs -, maar in de regel niet zinvol. Voor zover de Bopz-machtiging ten uitvoer moet worden gelegd in hetzelfde tijdvak als de t.b.s. met verpleging, ontstaat immers onzekerheid over de plaats waar de betrokkene wordt opgenomen: in een t.b.s.-inrichting of in het door de Bopz-rechter aangewezen psychiatrisch ziekenhuis. Als hoofdregel dient m.i. te gelden dat de Bopz-rechter de beslissing van de strafrechter niet doorkruist. De Bopz-rechter onthoudt zich in beginsel van het verlenen van een (voorlopige) machtiging in die gevallen waarin een t.b.s. met verpleging loopt. Art. 22 RV Tbs (overplaatsing vanuit een t.b.s.-inrichting naar een psychiatrisch ziekenhuis) vormt op deze regel een uitzondering. Art. 51 lid 2 Wet Bopz regelt de rechtspositionele gevolgen van deze uitzondering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6bf74b7da729247977c1e5a68d0c95b77affeb513c2e589815c2af3dac0abb6e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6bf74b7da729247977c1e5a68d0c95b77affeb513c2e589815c2af3dac0abb6e, en de alinea staat in dat document op bytes 25543 tot 26543.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6bf74b7da729247977c1e5a68d0c95b77affeb513c2e589815c2af3dac0abb6e | shasum -a 256