Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003
Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5555.
3.12. Het zojuist beschreven probleem doet zich in versterkte mate voor wanneer een door de strafrechter gestelde voorwaarde inhoudt dat de betrokkene zich in een door de strafrechter aangewezen inrichting laat opnemen (art. 38a lid 1 Sr). Wanneer daarna de Bopz-rechter een opneming in een ander ziekenhuis beveelt, staan er twee onverenigbare rechterlijke uitspraken naast elkaar. Wanneer de Bopz-rechter plaatsing in hetzelfde psychiatrisch ziekenhuis beveelt, schept dit onduidelijkheid over de titel waarop de betrokkene in dat ziekenhuis verblijft. Bovendien loopt de looptijd van een Bopz-machtiging niet synchroon met de termijn op grond van de t.b.s.-beslissing. Om de rechtspraktijk een duidelijk houvast te bieden, zou ik in navolging van het middel willen stellen dat het wettelijk stelsel meebrengt dat de Bopz-rechter zich in beginsel van het verlenen van een (voorlopige) machtiging onthoudt zo lang ten aanzien van de betrokkene een t.b.s. loopt, óók indien dit een t.b.s. zonder bevel tot verpleging is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6bf74b7da729247977c1e5a68d0c95b77affeb513c2e589815c2af3dac0abb6e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6bf74b7da729247977c1e5a68d0c95b77affeb513c2e589815c2af3dac0abb6e, en de alinea staat in dat document op bytes 29166 tot 30202.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6bf74b7da729247977c1e5a68d0c95b77affeb513c2e589815c2af3dac0abb6e | shasum -a 256