Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003
Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5555.
3.14. Mocht de Hoge Raad onvoldoende grond zien voor een dergelijke algemene regel, dan komt de subsidiaire klacht aan de orde. Uit de tekst van art. 2 Wet Bopz volgt dat het verzoek tot het verlenen van een voorlopige machtiging niet kan worden toegewezen indien het in art. 1 j° 2 Wet Bopz bedoelde "gevaar" door tussenkomst van personen of instellingen buiten het psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend. Kan het gevaar worden afgewend door middel van een t.b.s. (met of zonder bevel tot verpleging van overheidswege), dan komt volgens het middel een voorlopige machtiging niet voor toewijzing in aanmerking(17).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6bf74b7da729247977c1e5a68d0c95b77affeb513c2e589815c2af3dac0abb6e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6bf74b7da729247977c1e5a68d0c95b77affeb513c2e589815c2af3dac0abb6e, en de alinea staat in dat document op bytes 30806 tot 31440.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6bf74b7da729247977c1e5a68d0c95b77affeb513c2e589815c2af3dac0abb6e | shasum -a 256