Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003
Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5555.
3.19. De Bopz-rechter heeft hiermee niet te kennen gegeven dat de voorlopige machtiging wordt toegewezen omdat een andere rechter (de strafkamer) van oordeel is dat een voorlopige machtiging hier op zijn plaats zou zijn. De Bopz-rechter heeft een eigen verantwoordelijkheid voor toe- of afwijzing; in de bestreden beschikking wordt dit niet miskend. De bestreden overweging brengt slechts tot uitdrukking dat het voornemen van de strafkamer om de vordering tot verlenging van de t.b.s. af te wijzen indien een voorlopige machtiging wordt verleend, voor de Bopz-rechter feitelijk een gegeven is. Dat oordeel is juist: over de vordering tot verlenging van de t.b.s. beslist uitsluitend de strafkamer. Voor zover de officier van justitie wil betogen dat bij de keuze tussen deze twee mogelijkheden (het verlengen van de t.b.s. of het toewijzen van een voorlopige machtiging) steeds voor de eerstgenoemde mogelijkheid gekozen behoort te worden, faalt de klacht. Er is geen rechtsregel aan te wijzen die meebrengt dat de Bopz-rechter de voorlopige machtiging had behoren af te wijzen teneinde op die wijze de strafkamer voor het blok te zetten en haar te dwingen op haar voornemen (tot afwijzing van de vordering tot verlenging van de t.b.s.) terug te komen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6bf74b7da729247977c1e5a68d0c95b77affeb513c2e589815c2af3dac0abb6e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6bf74b7da729247977c1e5a68d0c95b77affeb513c2e589815c2af3dac0abb6e, en de alinea staat in dat document op bytes 35291 tot 36557.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6bf74b7da729247977c1e5a68d0c95b77affeb513c2e589815c2af3dac0abb6e | shasum -a 256