Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003
Alinea 81 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5555.
15 In HR 11 december 1998, NJ 1999, 270 en HR 6 oktober 2000, NJ 2000, 716 (paraplu-machtiging) is reeds de stap gezet dat de Bopz-rechter een voorwaardelijke machtiging kan geven. Voor de duur van de voorlopige machtiging maakt het geen verschil: zie art. 10 lid 4 Wet Bopz.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6bf74b7da729247977c1e5a68d0c95b77affeb513c2e589815c2af3dac0abb6e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6bf74b7da729247977c1e5a68d0c95b77affeb513c2e589815c2af3dac0abb6e, en de alinea staat in dat document op bytes 41155 tot 41443.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6bf74b7da729247977c1e5a68d0c95b77affeb513c2e589815c2af3dac0abb6e | shasum -a 256