Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 september 2003
Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 16 september 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5690.
5) De centrale vraag bij die feiten wordt dan, of [verdachte] als notaris op die andersluidende instructies mocht/moest afgaan. Het verwijt van verduistering komt daarom in feite neer op de vraag, of [verdachte] al dan niet terecht is afgegaan op de andersluidende instructies van [medeverdachte]/[E]. Dat is dus een heel andere vraag dan of hij zich gelden, die hij als notaris onder zich had, heeft toegeëigend. Er is inmiddels wel duidelijk geworden, dat er van toeëigening in feitelijke zin geen sprake is geweest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3597749e5c5b3b06f18e0634a117130bfb3e14b93360733931a2db0e71c33d15. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3597749e5c5b3b06f18e0634a117130bfb3e14b93360733931a2db0e71c33d15, en de alinea staat in dat document op bytes 8081 tot 8614.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3597749e5c5b3b06f18e0634a117130bfb3e14b93360733931a2db0e71c33d15 | shasum -a 256