Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 september 2003

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 16 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5690.

"Uit de bewijsmiddelen volgt genoegzaam dat de verdachte, zonder enig overleg met -en dus zonder toestemming van- de rechthebbende (BHW Allgemeine Bausparkasse AG, hierna 'BHW') en in afwijking van de door BHW in zogenaamde vertrouwelijke brieven telkens gestelde voorwaarde dat de door haar onder verdachte gedeponeerde gelden alleen zouden worden vrijgegeven bij hypotheekvestiging, die gelden een andere bestemming heeft gegeven en zonder hypotheekakte te verlijden -dus zonder degelijke zekerheidsstelling- aan derden heeft afgegeven. Zodoende heeft verdachte in de hand gewerkt dat de opeisbaarheid van die gelden illusoir was, en is aldus welbewust door hem de aanmerkelijke kans aanvaard dat de afgegeven gelden niet (geheel) terugbetaald zouden worden. Op grond hiervan komt het hof tot het oordeel dat de verdachte zich de desbetreffende gelden wederrechtelijk heeft toegeëigend in de zin van artikel 323 juncto 321 van het Wetboek van Strafrecht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3597749e5c5b3b06f18e0634a117130bfb3e14b93360733931a2db0e71c33d15. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3597749e5c5b3b06f18e0634a117130bfb3e14b93360733931a2db0e71c33d15, en de alinea staat in dat document op bytes 10143 tot 11113.