Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 september 2003
Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 16 september 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5690.
7. Het middel heeft met name betrekking op het bewijs van de onder 1 t/m 4 bewezenverklaarde feiten. Deze feiten hebben zich volgens de bewijsmiddelen als volgt toegedragen. Verdachte ontving van de Duitse bank BHW een geldbedrag op zijn derden-rekening dat hij - naar de bank hem in een "Treuhandauftrag " meedeelde - mocht aanwenden ter betaling van de koopprijs van een door een cliënt van de bank aangekocht onroerend goed mits hij garandeerde dat ten behoeve van de bank op dat onroerend goed een hypotheek werd gevestigd als voorzien in het contract van geldlening dat de bank en zijn cliënt hadden gesloten. Ik begrijp dat deze geldlening tot stand kwam door bemiddeling van het Nederlandse [E] waarin de familie [medeverdachte] de scepter zwaaide. De bank deelde de notaris mee dat hij zich voor inlichtingen kon wenden tot [E] en dat afschriften van door hem ingevolge de opdracht van de bank verleden akten aan [E] konden worden gezonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3597749e5c5b3b06f18e0634a117130bfb3e14b93360733931a2db0e71c33d15. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3597749e5c5b3b06f18e0634a117130bfb3e14b93360733931a2db0e71c33d15, en de alinea staat in dat document op bytes 13713 tot 14676.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3597749e5c5b3b06f18e0634a117130bfb3e14b93360733931a2db0e71c33d15 | shasum -a 256