Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 september 2003

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 16 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5690.

13. Ik begrijp het verweer zo dat verdachte stelt te hebben gedwaald ten aanzien van zijn bevoegdheid de gelden aan derden tegen een positief/negatieve hypotheekverklaring ter beschikking te stellen, en dat hem van die dwaling geen verwijt kan worden gemaakt. Daarbij beroept hij zich op het ter terechtzitting overgelegde civiele vonnis van de Rechtbank Den Haag d.d. 17 juni 1998, gewezen in een zaak tussen BHW en verdachte. In die zaak had BHW van de notaris vergoeding gevraagd van de schade geleden door BHW ten gevolge van het ontbreken van voldoende zekerheid zoals BHW de notaris had opgedragen. Het verweer van de notaris dat hij bevoegd had gehandeld omdat hij nadere instructies van [E] had opgevolgd en [E] daartoe door BHW stilzwijgend was gemachtigd ging niet op. Maar de Rechtbank honoreerde het verweer dat hij op grond van verklaringen en gedragingen van BHW redelijkerwijs mocht aannemen dat [E] bevoegd was tot het geven van afwijkende instructies. De Rechtbank overwoog:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3597749e5c5b3b06f18e0634a117130bfb3e14b93360733931a2db0e71c33d15. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3597749e5c5b3b06f18e0634a117130bfb3e14b93360733931a2db0e71c33d15, en de alinea staat in dat document op bytes 20208 tot 21212.