Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 september 2003

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 16 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5690.

14. Verdachtes verweer bevat een feitelijke en een normatieve component: "ik heb gedwaald ten aanzien van het ongeoorloofde van mijn gedrag" en "daarvan treft mij geen verwijt". Met name die feitelijke component is van belang voor het bewijs. Dat komt omdat het opzet van art. 321 Sr mede het ongeoorloofde van het gedrag omvat. Zou immers komen vast te staan dat verdachte heeft gedwaald, dan ontbreekt daarmee het opzet op het ongeoorloofde, het opzettelijk wederrechtelijke van het gedrag(3). Dat wordt niet anders wanneer hem van die dwaling wel een verwijt valt te maken. Want een culpose vorm van verduistering kennen we niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3597749e5c5b3b06f18e0634a117130bfb3e14b93360733931a2db0e71c33d15. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3597749e5c5b3b06f18e0634a117130bfb3e14b93360733931a2db0e71c33d15, en de alinea staat in dat document op bytes 23586 tot 24231.