Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 september 2003
Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 16 september 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5690.
17. Dwalen ten aanzien van het ongeoorloofde van de wijze waarop de verdachte over de hem toevertrouwde gelden heeft beschikt is niet verenigbaar met bewezenverklaring van het opzettelijk wederrechtelijk toeëigenen. In de bewijsmiddelen is wel opgenomen de verklaring van de verdachte dat hij het geld een andere bestemming heeft gegeven dan stond geschreven in het Treuhandauftrag van BHW, maar die omstandigheid sluit niet uit dat verdachte heeft gehandeld in dwaling gebaseerd op latere instructies van [E]. In beginsel heeft verdachte dus een zogenaamd Meer en Vaart-verweer(4) gevoerd. Dat eist - wederom: in beginsel - gemotiveerde weerlegging. In beginsel, want het kan zijn dat gemotiveerde weerlegging achterwege kon blijven omdat de door verdachte gestelde dwaling in het licht van de inhoud van de bewijsmiddelen zo onwaarschijnlijk is dat de rechter deze buiten beschouwing heeft mogen laten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3597749e5c5b3b06f18e0634a117130bfb3e14b93360733931a2db0e71c33d15. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3597749e5c5b3b06f18e0634a117130bfb3e14b93360733931a2db0e71c33d15, en de alinea staat in dat document op bytes 25347 tot 26265.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3597749e5c5b3b06f18e0634a117130bfb3e14b93360733931a2db0e71c33d15 | shasum -a 256