Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 september 2003
Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 16 september 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5690.
21. Het Hof oordeelt voorts, dat geen feiten en omstandigheden aannemelijk zijn geworden op grond waarvan de verdachte erop zou hebben mogen vertrouwen dat de instructies van [E] op een telkens door BHW verstrekte volmacht berustten. Zoals ik hiervoor heb aangegeven gaat deze overweging langs het bewijs van het bewezenverklaarde opzet heen. Ook al heeft verdachte niet mogen vertrouwen op de instructies van [E], dit wil nog niet zeggen dat verdachte op die instructies toch niet heeft vertrouwd en zich dus niet minstgenomen willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijk kans dat hij zijn boekje te buiten ging. Met dien verstande dat de slordigheid, lichtzinnigheid of argeloosheid van verdachte als notaris, dus als ter zake kundige, wel zo ver kan gaan dat nauwelijks valt te geloven dat hij niet beter wist. Mogelijk heeft het Hof dat bedoeld te zeggen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3597749e5c5b3b06f18e0634a117130bfb3e14b93360733931a2db0e71c33d15. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3597749e5c5b3b06f18e0634a117130bfb3e14b93360733931a2db0e71c33d15, en de alinea staat in dat document op bytes 30120 tot 31004.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3597749e5c5b3b06f18e0634a117130bfb3e14b93360733931a2db0e71c33d15 | shasum -a 256