Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 september 2003
Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 16 september 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5690.
22. Heeft het Hof, wanneer zijn arrest wordt verstaan als hiervoor weergegeven, aldus het bewijsverweer van verdachte voldoende weerlegd ? In mijn ogen niet. Want in de grond van de zaak zegt het Hof niet meer dan: het is niet te geloven dat verdachte als notaris niet heeft beseft dat hij onbevoegd over andermans geld beschikte. Verdachtes met het civiele vonnis onderbouwde stelling dat hij niet heeft beseft dat hij onbevoegd handelde en dat de civiele rechter zelfs oordeelde dat hij dat ook niet had behoeven te beseffen is daarmee niet gemotiveerd weerlegd. Het Hof legt immers niet uit hoe het ondanks het vonnis van de civiele rechter tot zijn oordeel komt. Daarbij komt dat juist dat civiele vonnis maakt dat het Hof het door verdachte gestelde feit, dat hij ten aanzien van zijn bevoegdheid heeft gedwaald, niet als in het licht van de bewijsmiddelen onwaarschijnlijk zonder meer heeft mogen laten liggen. Die onwaarschijnlijkheid wordt immers door de inhoud van het civiele vonnis ondergraven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3597749e5c5b3b06f18e0634a117130bfb3e14b93360733931a2db0e71c33d15. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3597749e5c5b3b06f18e0634a117130bfb3e14b93360733931a2db0e71c33d15, en de alinea staat in dat document op bytes 31024 tot 32042.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3597749e5c5b3b06f18e0634a117130bfb3e14b93360733931a2db0e71c33d15 | shasum -a 256