Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003

Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5700.

10. De brief van verdachtes raadsvrouw behelst onmiskenbaar een beroep op verontschuldigbare overschrijding van de termijn voor hoger beroep(1). In de grond van de zaak komt hetgeen verdachtes raadsvrouw schrijft er toch op neer, dat van verdachte moeilijk kan worden verwacht tijdig in appel te gaan als hij door kort na de betekening van de dagvaarding opgelopen letsel niet in staat is zich meer te herinneren dat er een strafzaak tegen hem aanhangig was. En dan spreek ik nog niet van de fysieke toestand waarin hij ten tijde van de beroepstermijn verkeerde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7af756d352499db4250b721ce62e9b448362072737330ff5fbbdc6dd23d013b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7af756d352499db4250b721ce62e9b448362072737330ff5fbbdc6dd23d013b, en de alinea staat in dat document op bytes 8528 tot 9104.