Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003

Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5700.

12. Ook los van de tekst van de bijsluiter meen ik dat het Hof niet stilzwijgend aan de inhoud van de brief van verdachtes raadsvrouw heeft mogen voorbijgaan. Uit de inhoud van het dossier, in het bijzonder de brief van de raadsvrouw van verdachte met bijlagen, vloeit immers het rechtstreekse en ernstige vermoeden(3) voort dat de overschrijding van de termijn voor hoger beroep verontschuldigbaar is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7af756d352499db4250b721ce62e9b448362072737330ff5fbbdc6dd23d013b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7af756d352499db4250b721ce62e9b448362072737330ff5fbbdc6dd23d013b, en de alinea staat in dat document op bytes 11643 tot 12058.