Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5700.

3 Zo HR 29 september 1998, NJ 1999, 78 ten aanzien van het bestaan van een vervolgingsuitsluitingsgrond. Voorts HR 22 juni 1982, NJ 1983, 104:uit de stukken vloeit rechtstreeks het vermoeden voort, dat het stuk op grond waarvan het Hof tot niet-ontvankelijkheid van verdachtes hoger beroep was gekomen, zich niet bij de stukken bevond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7af756d352499db4250b721ce62e9b448362072737330ff5fbbdc6dd23d013b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7af756d352499db4250b721ce62e9b448362072737330ff5fbbdc6dd23d013b, en de alinea staat in dat document op bytes 12926 tot 13274.