Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003
Alinea 102 Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5704.
2 Weliswaar heeft de Hoge Raad deze laatste eis niet expliciet gesteld in zijn uitspraak van 11 juni 2002, NJ 2002, 459, maar dat behoeft op zichzelf niet mee te brengen dat deze eis niet meer gesteld wordt. In het cassatiemiddel in laatstgenoemde uitspraak werd namelijk wel expliciet gesteld dat de verdachte de verklaringen van de slachtoffers had betwist. De Hoge Raad stelde vervolgens vast dat de door de slachtoffers afgelegde verklaringen in voldoende mate werden bevestigd door ander bewijsmateriaal. Daarbij nam de Hoge Raad in aanmerking dat uit de bewijsmiddelen bleek van een patroon van handelen van de verdachte. Zie ook het commentaar van Kelk en Kool in DD 33 (2003), p. 84-88. Vgl. voorts rov. 3.5. van HR 25 juni 2002, nr. 00778/01.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/11149d4f478e1650c95172ac527249095ca2eda7c2088f8232adb7e4c65aba29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 11149d4f478e1650c95172ac527249095ca2eda7c2088f8232adb7e4c65aba29, en de alinea staat in dat document op bytes 39697 tot 40461.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/11149d4f478e1650c95172ac527249095ca2eda7c2088f8232adb7e4c65aba29 | shasum -a 256