Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003

Alinea 106 Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5704.

6 Uit de conclusie van mijn ambtgenoot Keijzer bij HR 12 oktober 1999, NJ 1999, 827 maak ik op dat in die zaak naast de verklaringen van de minderjarige slachtoffers nog wel enig ander direct bewijs aanwezig was en daarom de beslissing van het Hof dat de bewezenverklaring voldoende steun vond in andere bewijsmiddelen als "niet onbegrijpelijk" in stand kon blijven. Zo ook in HR11 juni 2002, NJ 2002, 459 en HR 25 juni 2002, 00778/01, LJN AD9964

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/11149d4f478e1650c95172ac527249095ca2eda7c2088f8232adb7e4c65aba29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 11149d4f478e1650c95172ac527249095ca2eda7c2088f8232adb7e4c65aba29, en de alinea staat in dat document op bytes 40763 tot 41223.