Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003
Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF5704.
Op grond van het voorgaande ben ik van mening dat het tenlastegelegde niet wettig, maar vooral niet overtuigend bewezen kan worden geacht. Mocht desondanks een veroordeling van mijn cliënt in het verschiet liggen, dan verzoek ik het hof de zaak aan te houden en te verwijzen naar de rechter-commissaris voor het horen van [slachtoffer]. Ik wil dan daarbij aanwezig zijn. Ik merk hierbij op dat dit horen wellicht ook in het belang van [slachtoffer] is, voor het geval hij later verneemt dat zijn vader - onterecht - is veroordeeld op grond van de door hem in de verhoorstudio afgelegde verklaring. Subsidiair ben ik van mening dat het fair trial-beginsel meebrengt, nu het Openbaar Ministerie de gelegenheid heeft gehad [slachtoffer] te horen, dat het hof een deskundige benoemt door wie onderzocht kan worden of [slachtoffer] werkelijk het slachtoffer is van seksueel misbruik en zo ja, of zijn vader, cliënt, daarvoor dan verantwoordelijk is. Gedacht kan worden aan de benoeming van een terzake deskundige psychiater of jeugdpsychiater."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/11149d4f478e1650c95172ac527249095ca2eda7c2088f8232adb7e4c65aba29. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 11149d4f478e1650c95172ac527249095ca2eda7c2088f8232adb7e4c65aba29, en de alinea staat in dat document op bytes 5157 tot 6211.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/11149d4f478e1650c95172ac527249095ca2eda7c2088f8232adb7e4c65aba29 | shasum -a 256